Inhoud kinderboerderij

 

Rare “jongens”, die koeien?

Enkele eigenaardigheden van de koe.


Je hoort soms wel eens zeggen: “Lompe koe!” Maar heb je al eens gemerkt hoe lenig een koe is? Van zo’n log dier zou je dat niet verwachten. Geloof je het niet? Probeer dan maar eens met je tenen achter je oor te krabben. Lukt het niet? Koeien kunnen het nochtans wel. Probeer maar eens je hoofd zo ver naar achteren te draaien als een koe. En kun jij met je tong je neus schoonlikken? Neen, een koe wel. Ze heeft dan ook een zeer lange en lenige tong. Bij het grazen slaat ze die om het gras en maait het dan met een snelle zijwaartse beweging van de onderkaak af. Dan slikt ze het gras in. Kauwen doet ze later wel.

 

En die horens dan? Is dat niets bij-zonders?
Neen, want heel wat dieren hebben hoorns. Je moet maar eens rondkijken op de boerderij en in de dierentuin. Bij sommige dieren zijn het alleen de mannetjes die horens hebben. Bij runderen hebben zowel de mannetjes als de vrouwtjes er. Die horens waren een uitstekend
middel om zich te verdedigen tegen vijanden. Veel vijanden heeft onze koe nu niet meer, maar toch kan ze er nog venijnige prikken mee uitdelen. En daar is onze landbouwer niet zo mee opgezet. Om te voorkomen dat de koeien elkaar gaan verwonden met die horens of dat ze de landbouwer bij het melken zouden kwetsen, zal die de horens vaak verwijderen. Sommigen doen dat al heel vroeg door bij de jonge kalfjes een zalfje op de hoorntjes aan te brengen zodat de groei onmiddellijk stopt. Anderen wachten tot de horens voldoende groot zijn om ze dan met een kabeltje af te zagen als alles zorgvuldig gebeurt, heeft de koe hierbij weinig of geen pijn.

Koeien geven melk! Dat is toch niets
bijzonders, hoor ik je zeggen. De koe is immers een zoogdier, net zoals honden, katten, paarden, varkens, geiten, schapen en zelfs de mens. En bij deze groep dieren is het zo dat het vrouwtje na de geboorte van een jong melk begint te produceren. Daarvoor bevinden zich in het lichaam van het vrouwtje een aantal melkkliertjes. Bij ons mama bevinden die zich in haar borsten. Bij een koe zitten die in de uier. Als de jongen groter worden en zelf voedsel beginnen zoeken valt de melkproductie automatisch stil. Nu had de mens al snel ontdekt dat de melk die de koe produceert ook voor
hem zeer lekker en voedzaam was.
Vandaar dat hij de koe ging melken. Dat gebeurt trouwens ook bij geiten en schapen. Er zijn zelfs al boerderijen waar men paarden gaat fokken voor de melk. Eén ding moet je echter zeker onthouden: zonder jong, geen melk!

Op de olympische spelen zal onze koe wel nooit een medaille winnen in de hardloopwedstrijden. Daarvoor is ze te log gebouwd. Ze is nochtans best sterk. Daardoor werd ze vroeger vaak als lasten trekdier gebruikt. Heb je trouwens de poten van een koe al eens goed bekeken. Als je goed kijkt zie je dat de koe op twee hoeven loopt. Die hoeven zijn de
nagels van haar twee middelste tenen. In de boeken vind je dan ook dat koeien gespleten hoeven hebben.
En jij vindt de koeien rare jongens. Wat zeg je dan van de mensen? Ze dragen kleren gemaakt van leder, en dat is de huid van onze koe. De beenderen gaan ze gebruiken om lijm van te maken. Sommigen zetten zelfs een lampenkap op de kast, gemaakt van de urineblaas van een koe! Dat vind ik pas raar...

Naar boven

Houden koeien van kauwgom?

De spijsvertering van de koe.


Je hebt ze waarschijnlijk ook reeds zien liggen in de weide: koeien, rustig kauwend, net alsof ze genieten van een heerlijke kauwgom. Maar bellen heb ik ze nog nooit zien blazen, jij wel? Kan ook niet, want het is heus geen kauwgom die ze kauwen. Onze koeien doen namelijk iets wat lang niet alle planteneters doen: herkauwen.

 

Hoe dat in zijn werk gaat? Als onze koe in de wei komt, begint ze te grazen. Ze slaat haar lange tong om de grassprieten en trekt (snijdt) die met behulp van haar tanden af. Bijna zonder te kauwen slikt ze de pluk gras in. Die komt terecht in de pens. Dat is de grootste van haar vier magen. Ze kan tot 150 l. bevatten. Zo gaat ze door tot de pens helemaal vol gras zit. Na het grazen zoekt de koe een rustig plekje op en gaat liggen. Een half uur tot driekwart uur na het naar binnen werken van het voedsel begint ze te herkauwen: Het voedsel uit de pens is in een tweede maag, de netmaag, gekneed tot voedselballetjes ter grootte van een tennisbal. Die balletjes boert ze nu op, en kauwt ze met haar kiezen. Dat gaat heel rustig, want gras is niet makkelijk
fijn te krijgen. Op sommige balletjes
moet ze wel 60 keer kauwen. Die gaan dan ook een paar keer heen en weer van

de bek naar de pens en van de pens naar de bek. Vandaar de naam herkauwen. Her betekent namelijk opnieuw. Als alles goed gekauwd is, slikt de koe het voedsel weer in. Nu komt het in een derde maag, de boekmaag, terecht. Daar wordt het overtollige sap uit het voedsel gehaald. Uiteindelijk komt dat voedsel dan terecht in de lebmaag. Die lebmaag kun je vergelijken met onze maag. Het voedsel wordt er verder
verteerd met behulp van heel wat spijsverteringssappen tot alle bruikbare delen door het lichaam verspreid kunnen worden. Een heel ingewikkeld systeem, als je het mij vraagt. Waarom herkauwen koeien
dan? Wel, om daarop een antwoord te
vinden, moeten we terug naar de tijd
toen koeien nog in het wild leefden.
Toen moest de koe grazen op open, wijde vlakten. Koeien zijn grote dieren die in zo’n vlakte van ver te zien zijn door roof-

dieren. Bovendien waren ze er niet op gebouwd om snel weg te lopen als er gevaar dreigde. Hun enige verdedigingsmiddel waren hun horens, maar tegen de snelle en lenige roofdieren maakte een koe weinig kans. Voor hen was het dus belangrijk om op een korte tijd zo veel mogelijk voedsel op te nemen en dan een rustig, beschermd plekje te zoeken om het voedsel te kauwen.
Vandaar dus dat onze koe eerst een hoeveelheid voedsel verzamelt, en het pas achteraf rustig liggend gaat herkauwen. Heb je trouwens al opgemerkt dat niet alle koeien in de weide tezelfdertijd grazen? Het lijkt wel alsof er steeds een paar op de uitkijk staan. Van roofdieren hoeft onze koe geen schrik meer te hebben, maar herkauwen doet ze nog steeds. Tot zo’n zes maal per dag.

Naar boven

Hebben koeien een pink?


De levenscyclus van een rund. Aangezien koeien geen handen hebben, zullen ze ook wel geen vingers en zeker
geen pink hebben, hoor ik je denken. Dan moet je er toch eventjes je woordenboek bijnemen en de betekenis van het woord pink opzoeken. Vind je wat ik bedoel?

 

Misschien eens alles op een rijtje zetten. Dat een mannelijk rund een stier is en een vrouwelijk rund koe genoemd wordt, is waarschijnlijk oud nieuws. Dat men het jong een kalf noemt weet je waarschijnlijk ook nog wel. Maar ken je ook de betekenis van woorden zoals pink, vaars en os? Gedurende zijn eerste twee levensjaren verandert ons rund
nogal eens van naam. Bij de geboorte noemt men het een kalf. Als het een jaar oud is spreekt men van een pink, jaarling of hokkeling. Raakt de pink zwanger noemt men het een vaars. Eénmaal het kalf geboren is wordt de pink een koe. Een onvruchtbaar gemaakte stier noemt men dan weer een os.
Vooraleer een koe melk begint te geven, moet ze eerst een kalfje krijgen. Dat kan pas als een eitje in de buik van de koe bevrucht wordt. Dan verwacht je natuurlijk een stier aan het werk te zien. Vroeger was dat ook zo. Vaak was het zo dat verschillende bedrijven samen één
stier hadden, die dan op de verschillende bedrijven werd gebruikt. Daardoor gebeurde het wel eens dat een stier ziek-

tes overbracht van het ene bedrijf naar het andere. Maar nu is op de meeste boerderijen geen stier meer te zien. Wel komt de veearts langs en die gaat op kunstmatige manier de koe bezaaien (= bevruchten). Dat noemt men kunstmatige inseminatie (KI). Op een KI-station gaat men stieren met goede eigenschappen (goede uier, goede vleesproductie, sterke poten...) verzamelen.
Wekelijks gaat men de zaadjes van
die stieren opvangen. Die worden verdund en in rietjes bewaard. Dit gebeurt in vloeibare stikstof bij een temperatuur van 175° onder nul. Zo kan één goede en dus dure stier duizenden nakomelingen hebben. Zelfs nog jaren na zijn dood. Nu kan de landbouwer bij het KI-station de zaadjes bestellen van de stier die hij wenst. De veearts brengt dan de rietjes met de zaadjes in de koe.
Runderen zijn in elk geval gewichtige
dieren. Bij de geboorte weegt een kalfje ongeveer 40 kg. Hoeveel weeg jij? Een jaar later is het gewicht al opgelopen tot 350 kg, terwijl een volwassen koe tot 600

kg. kan wegen, afhankelijk van het ras waartoe ze behoort. Een volwassen stier kan makkelijk tot 1000 kg wegen. Best je tenen wegtrekken als hij passeert dus.
Koeien leven wel aan een hoog tempo. Vergelijk maar eens met jezelf: na een paar uur kan een kalfje al alleen lopen; een rund is geslachtsrijp tussen 12 en 18 maanden; de meeste koeien krijgen een eerste jong als ze ongeveer 2 jaar oud zijn; ze worden ongeveer 10 maanden per jaar gemolken....Als je aan zo’n tempo leeft, spreekt het voor zich dat koeien niet zo oud worden. Een koe die ouder is dan tien jaar is al een echte oma. Toch zijn er koeien die 15 jaar en meer worden. Maar meestal worden koeien die niet meer voldoende melk produceren naar het slachthuis gebracht. Ja, een rustige oude dag is er voor de koeien niet bij....

Naar boven

Krijgen die zwartwitte koeien wel voldoende eten?



Van oerrund tot verschillende rundveetypes.



Als je de knokige lichaamsbouw van sommige koeien bekijkt zou je je dat wel afvragen. Maar wees gerust, ze krijgen heus wel genoeg. Daarvoor zijn de koeien te waardevol voor onze landbouwers. Waarom sommige koeien er dan zo mager uit zien en andere zo goed in het vlees zitten?

 

Net zoals bij honden, paarden en vele andere diersoorten, hebben we ook bij onze koeien verschillende rassen. Hoe komt dat vraag je je misschien wel af. Eerst en vooral is er de natuur zelf die voor verschillen gezorgd heeft. Laat ons daarom eens een eindje terug gaan in de
tijd. In Europa had je tot rond de
Middeleeuwen 2 soorten wilde runderen. Het oerrund wordt beschouwd als de voorouder van de meeste moderne westerse huisrunderen. Rond 1600 stierf het
laatste exemplaar van dit oerrund. De tweede soort was de wisent, die in dieren-tuinen voor uitsterven werd behoed en later terug in het wild werd uitgezet. Uit deze twee hebben zich dan een aantal rassen ontwikkeld waarbij de verschillen
grotendeels bepaald werden door de omgeving waarin ze leefden. Zo
hebben Schotse-Hooglandrunderen een veel langere beharing dan de meeste andere runderen. Deze dieren leven immers in koudere streken en kunnen een warmer jasje best gebruiken.

Maar dan is de mens zich ermee gaan
bemoeien. Reeds heel snel had hij
immers gemerkt dat zo’n koe wel heel
nuttig kon zijn: ze gaf melk, het vlees
was lekker en je kon ze ook als trekdier gebruiken. Elke landbouwer had dan ook enkele koeien die hem voorzagen van melk en vlees. De laatste jaren merken we echter dat de landbouwers zich meer en meer gaan specialiseren. Sommige landbouwers vonden de melkproductie het belangrijkste en anderen kozen voor de vleesproductie*. En dat heeft ook zijn invloed gehad op de verschillende
rundveerassen. De mens ging
proberen om verschillende rassen met
elkaar te kruisen en zo de goede eigenschappen van beide rassen te verenigen in een nieuw ras. En met succes! Nu kun je kiezen tussen echte vlees-koeien, echte melkkoeien en gemengde rassen.

En dan te bedenken dat het kruisen van koeien nog maar het topje van de ijsberg is. Men is er immers in geslaagd dieren te “klonen” (zeg maar te kopiëren). Misschien zien onze koeien er in de toekomst wel helemaal gelijk uit en geven ze precies evenveel melk...

Naar boven

Een vreemde “koe” in de bijt.


Weetjes over veeteelt in centraal Afrika. Je wist waarschijnlijk ook al wel dat er niet alleen in onze streken koeien in de weide liggen. Ook aan de andere kant van onze aardbol, in het Zuiden zoals in Afrika, Azië en Latijns-Amerika genieten de koeien ervan als ze heerlijk kunnen herkauwen. Maar of het gras daar even sappig is, of er altijd iets te eten is, of er geen andere gevaren zijn, hoe de mensen daar omgaan met koeien, … daar kom je zo dadelijk iets meer over te weten.

 

Ga je mee ‘te koe’ naar Afrika, of lijkt
dat jou wat ver? Nemen we niet beter de fiets, want onze koeien weten niet meer goed hoe ze een trekdier moeten zijn. Het is te lang geleden dat ze nog zo’n grote tochten hebben gemaakt. En de
tocht is lang, daar twijfelen we niet aan. Dus laat die fiets ook maar in de tuin staan. We nemen het vliegtuig wel, want we gaan een afstand van ongeveer 10.000 km afleggen. Dat komt overeen met zo’n 100 keer naar de zee rijden vanuit Brussel. Het zou ons heel veel tijd en energie kosten om er te geraken met de fiets. Daarenboven moeten we de Middellandse Zee nog oversteken, willen we naar Afrika. Dus, vliegen maar!!!

Aangekomen. Oef! Zo warm, zo zonnig. In Afrika vind je net zoals bij ons verschillende rassen van runderen. Deze hebben zich in de loop van de jaren aangepast aan de natuurlijke omstandigheden. In de drogere streken van Afrika, waar het moeilijk is om gewassen te telen, trekken een aantal volkeren rond met hun kudden. Dit zijn nomaden. Ze verplaatsen zich voortdurend met hun kudden naar die plekken waar water en voedsel is. Andere bevolkingsgroepen zijn half-nomaden. Zij trekken met hun kudden rond tot zolang de regen uitblijft. Als er water in de lucht hangt keren ze terug en maken zij hun velden klaar. Het klimaat speelt een grote rol voor de levenswijze van de veetelers.
Handelaars in vee, die vind je overal.
Ook in Afrika drijven mensen handel.
Ze kopen runderen op en trachten die
met winst verder te verkopen. Anderen maken er liever geen handeltje van. Van kinds af aan hebben zij geleefd met dieren
rondom hen. Zij waren er en bleven
er. Zij leefden ervan. Van de ene generatie op de andere was het hoeden van vee hun hoofdactiviteit. De kudden van verschillende families werden gemengd. Zo werd het risico op diefstal en ziekten verkleind. De traditionele veetelers hielden er echt aan veel beesten in hun bezit te hebben. Dat gaf hen een gevoel van
zekerheid. Zoals wij een spaarboekje
hebben, waar we liever niet aankomen, tenzij in nood, zo hebben zij hun kudde. Bovendien verhoogt hun gevoel van waardigheid als zij vele dieren rondom hen zien trappelen.

Maar wat doe je als er steeds meer mensen op minder land moeten leven? De mensen leven dichterbij elkaar, en de kudden hebben minder graasland. De mensen moeten zich aanpassen. Ze willen met minder runderen meer vlees of melk produceren. Ze gaan rassen selecteren. Ze houden daarvoor rekening met het leefmilieu en de kwaliteiten van het dier. Het rund moet kunnen overleven met weinig water en voedsel, want droge
perioden zijn vaak onvoorspelbaar. In
sommige streken loert er een gevaarlijke ziekte, namelijk de slaapziekte. Het is een soort vlieg, namelijk de tsetse-vlieg die de ziekte overdraagt. Deze ziekte
wiegt de beesten niet alleen in slaap,
maar kan de dood veroorzaken. Hoe zien die ‘vreemde’ koeien er dan uit? We bekijken één ras: Ankole. De
Ankole-runderen hebben grote hoorns. Dit ras overleeft in schrale streken, maar verkiest natuurlijk ook een heerlijk stukje sappig grasland. En dan maar melken, want de koe geeft dan wel 5 liter per dag, soms meer.

Hmm, lekker smullen maar. Dat doen ze ook in Afrika. Maar … het is er niet altijd feest.

Naar boven

Een stukje van elk meneer?



Verschillende soorten kazen
Moest je dat doen, een stukje van elke kaas eten die er bestaat, je zou een tijdje zoet zijn. Er bestaan immers ontelbare soorten kaas. Het is dan ook onbegonnen werk ze allemaal op te noemen. Maar als je je zintuigen goed gebruikt, moet je er toch in slagen binnen de kaas een aantal groepen te onderscheiden. Laat er ons eerst maar eens aan voelen, op slaan met de vlakke hand of de vuist. Een kaaskeurder heeft er zelfs een speciaal hamertje voor. Zo kan je al een onderscheid maken tussen harde kaas, halfzachte kaas, zachte
kaas en verse kaas. Het verschil in
hardheid heeft te maken met de
bereiding. Hoe harder men de kaas
gaat persen, hoe minder vocht de kaas bevat en hoe harder hij wordt. Verse kaas (bij ons gekend als platte kaas) wordt helemaal niet geperst en bevat dus nog veel melkwei. Daardoor is hij
zacht, en kan hij gemakkelijk gesmeerd worden. Verwar hem echter niet met smeerkaas. Dat is immers harde kaas die geraspt en gesmolten werd. Als je goed luistert terwijl je op de kaas klopt, kan je horen dat niet alle kazen gelijk klinken. Je hebt kazen die hol
klinken. Die bevatten veel gaten. Andere kazen klinken dof en bevatten heel weinig gaten. Die gaten worden niet veroorzaakt
door muizen. Tijdens het rijpingsproces van sommige soorten kazen zorgen bacteriën er voor dat er gassen in de kaas ontstaan. Die gassen kunnen niet ontsnappen en
vormen zo de gaten in de kaas.

Als je naar kaas kijkt, moet je ook heel wat verschillen bemerken. Ook al zie je in feite alleen maar de korst. Meest gekend is de gele korst bij de sneetjes kaas op je boterham. Die droge korst ontstaat na het pekelen tijdens de rijping van de kaas. Om de kaas extra te beschermen gaat men soms nog een plastic laagje
aanbrengen. Maar bij schimmelkazen
ziet de korst er helemaal anders uit.
Denk maar aan de witte korst van Brie. Je hebt er zelfs waar een blauwe of groen-blauwe schimmel zich door de hele kaas verspreidt. Dan spreekt de kenner van blauwgeaderde kaas.
Ook de vorm van kaas kan verschillen. De best gekende vorm is het wagenwiel, een ronde, platte kaasbol. Er bestaan echter ook kazen in de vorm van een kubus, een cilinder of een bol. Dat heeft allemaal te maken met de vorm waarin ze geperst worden. Die vorm is belangrijk voor de herkenbaarheid
van de kaas.

Je kan kazen ook onderverdelen volgens de rijpingstijd. Immers niet alle kazen hebben even lang in een rijpingskelder doorgebracht. Er is zelfs kaas die helemaal niet hoeft te rijpen en onmiddellijk na het verpakken klaar is voor gebruik. Ook de vochtigheid in de rijpingskelders speelt een rol. Zo maakt men onderscheid tussen jonge, half belegen en belegen kaas. Maar het belangrijkste is nog altijd de smaak en de geur. Die twee zaken bepalen immers of we een kaas wel of niet lekker vinden.

Als je ten volle wil genieten van het aroma (= geur), snijd je de kaas best vooraf aan en laat je hem dan op kamertemperatuur komen. Keurmeesters die dat aroma controleren kunnen heel wat soorten smaken en geuren herkennen. Daarvoor nemen zij met een kaasboor een staaltje uit een bol kaas. Dat staaltje beoordelen zij op samenstelling, geur en smaak. Een groot verschil wordt gemaakt door de gebruikte soort melk. Niet alle kaas wordt van koemelk gemaakt. We kennen ook geitenkaas en schapenkaas. En elk van die kazen heeft zijn eigen specifieke smaak en geur. Een keurder zegt: “Er moet iets van het dier in het aroma zitten”.


Maar smaken verschillen. Ieder heeft zijn eigen voorkeur. Wat Jan lekker vindt, zal Els misschien verafschuwen en omgekeerd. Gelukkig is er keuze genoeg en kan iedereen met volle teugen genieten van een heerlijk stukje kaas.

Naar boven

Van melk tot iets voor elk

 

Zuivelverwerking
zuivelverwerking
Zuivelverwerking
Zuivelverwerking
Zuivelverwerking
Naar boven

Jij bent toch ook een melkmuil ?



Het belang van melk in onze voeding.

Mmmmmmmelk - melk is goed voor elk
- melk, de witte motor. Deze reclameslogans heb je waarschijnlijk hier of daar al opgemerkt. Zij proberen ons er van te overtuigen veel melk of melkproducten te gebruiken. Maar is dat wel nodig? Laten we de voedingsdriehoek hiernaast maar eens raadplegen .
Om gezond te eten moet je elke dag
minstens één product uit elke laag
gebruiken. Hoe breder de laag, hoe
meer voedsel je uit die laag moet
gebruiken. Zoek nu maar eens de melkproducten op, en je zult merken dat die inderdaad een belangrijke plaats binnen onze voeding innemen.

Hoeveel melk je dan precies per dag
moet drinken? Dat is moeilijk om zeggen, want melk tref je onder andere ook in kaas, boter, slagroom
aan. Bovendien is de hoeveelheid
benodigde melk sterk afhankelijk van de leeftijd.

Voor kinderen tot 12 jaar
zijn dat al gauw 2 tot 3 glazen per dag. Pubers tussen 12 en 18 zijn zo
mogelijk nog grotere melkmuilen, want zij zouden 4 glazen per dag moeten drinken, net zoals zwangere
vrouwen en 50-plussers. Voor de
andere volwassenen zijn 2 à 3
glazen per dag wenselijk.

Melk bevat immers veel voedende
bestanddelen. Alhoewel je dat niet
onmiddellijk zou zeggen als je de
samenstelling van melk bekijkt. Die
bestaat immers voor 88% uit water.
Maar kijk eens in de oedingsdriehoek
hoeveel water wij nodig hebben! Verder bevat melk 4 % eiwitten, 4% melksuiker, 3,5% vetstoffen en 0,5% mineralen en vitamines. De vetstoffen vinden we hoofdzakelijk terug in de room van de melk.

Toch zijn het vooral de mineralen in de melk die voor ons lichaam zeer belangrijk zijn. Eén van de belangrijkste mineralen in de melk is calcium. En die calcium is een zeer belangrijke bouwstof voor onze beenderen en onze tanden. Ze
zorgt er voor dat de beenderen voldoende stevig zijn, vooral in een periode dat we snel groeien. Vandaar dus dat we meest melk moeten drinken tussen de 12 en 18 jaar. Calcium zorgt ook voor de stevigheid en de hardheid van ons
gebit. Daarnaast bevat melk ook caseïne. En die beschermt onze tanden tegen tandbederf.

Yoghurt, één van de vele melkproducten, bevordert de goede werking van onze darmen. Daarom bevelen dokters aan om yoghurt te eten als je antibiotica moet innemen. Antibiotica doodt immers een deel van onze darmflora.
De bestanddelen in de yoghurt zorgen er voor dat die darmflora snel kan herstellen zodat onze spijsvertering optimaal kan werken.
Ook het vermelden waard is het feit dat regelmatig gebruik van melkproducten de kans op kanker verkleint. Verschillende onderzoeken hebben al aangetoond dat de inname van voldoende calcium beschermt tegen dikke darmkanker. In Nederland heeft onderzoek
dan weer aangetoond dat vrouwen
die veel zuivelproducten gebruiken
beduidend minder kans lopen borstkanker te krijgen.

Niks dan voordelen zou je zo op het eerste gezicht denken. Slechts gedeeltelijk juist. Sommige mensen krijgen immers problemen als ze melkproducten gebruiken. Ze krijgen allergische reacties. Hun lichaam beschouwt de proteïnen
in de melk als indringers, net zoals
virussen of vergif. Ons lichaam probeert zich daartegen te verdedigen en de indringers te verdrijven. Roodheid van de huid en jeuk zijn typische kenmerken van een allergie. Andere mensen hebben last van lactose-intolerantie. Die mensen kunnen de melk helemaal niet verteren. In ons lichaam zijn immers stoffen aanwezig die de melk kunnen omzetten in bruikbare bouwstoffen. Zijn die stoffen niet of onvoldoende aanwezig, leidt dit tot allerlei maag- en darmklachten. Vooral mensen met een donkere huidskleur
krijgen hier vaak mee te maken.

Niettegenstaande bovenstaande problemen heeft ons lichaam heel wat stoffen uit melk nodig. Gelukkig weten mama en papa dat ook, en schotelen zij ons regelmatig melkproducten voor. Bovendien gebruiken zij in heel wat bereidingen melk. Denk daarbij maar aan rijstpap, vanillepudding, taarten, wafels en zelfs sausen. Ook op school weet men dat melk goed is, en daardoor krijg je op school de kans melkproducten
aan te kopen aan een voordelige prijs.
Wist je trouwens dat de Europese regering daarvoor elk jaar een groot bedrag vrij maakt?
Naar boven

Zuivel in het zuiden.



Weetjes over het gebruik van melk in de rest van de wereld.

Verse melk is heel lekker, en heel gezond. En wie lust er niet graag een boterham met boter of kaas? Of een fruitige aardbeienyoghurt? Of warme chocolademelk met slagroom … Wat smaakt een ijsje op een warme zomerdag heerlijk! Hoe zit dat echter op andere plaatsen in de wereld? Laten we eens een sprong maken naar onze buren in Afrika en Azië. Staat er bij hen ook geregeld een fles heerlijke, verse melk op tafel? Komt die melk ook van de koe? Het is er vaak heel erg warm … Zet men de melk dan ook in de koelkast om ze lekker fris te houden? Wat met kaas, boter of yoghurt?

In Afrika en Azië is melk voornamelijk
afkomstig van huisdieren. In Afrika
gaat het meestal om koeien, schapen en geiten. In Azië is buffelmelk echter even gewoon als koeienmelk hier bij ons. In andere streken houdt men zelfs heel veel van kamelenmelk! Deze dieren worden meestal niet speciaal voor hun melk gehouden. Melk is een bijproduct dat men er graag bijneemt. Verse melk, lekker en gezond voor iedereen?
Heel wat volwassenen in Afrika en Azië drinken amper verse melk. Ze krijgen er hevige buikkrampen en diarree van. Dit komt doordat hun lichaam uit melk niet de oedingstoffen kan halen die ons lichaam nodig heeft. Hoe komt dit dan? Wel, in ons lichaam zijn stoffen (enzymen) aanwezig die het voedsel dat wij eten omzetten in bouwstoffen. Deze bouwstoffen helpen ons om te groeien, te bewegen en om gezond te blijven. Eén van die enzymen (lactase) zorgt er voor dat de melk wordt omgezet in die bouwstoffen. Als er te weinig lactase in het lichaam aanwezig is, wordt de melk niet verteerd, met de nodige ongemakken tot gevolg. Dit probleem komt in de tropen heel wat vaker voor Het probleem duikt dikwijls pas op wanneer men ophoudt de kinderen te voeden met moedermelk.
Lekkere ‘zure’ melk Wat gebeurt er bij ons als we melk op een warme zomerdag in de koelkast vergeten
te zetten? Ze wordt zuur. Zure
melk lusten we niet, dus gieten we ze weg. In het warme zuiden hebben ze geen koelkasten. Het warme klimaat zorgt er dan ook voor dat de melk snel verzuurt. Moet men dan al die melk weggieten? Neen, melk die zuur is, is geen slechte melk. Wij houden alleen
niet van die zure smaak! Zure melk
heeft nochtans een aantal voordelen. De problemen die heel wat mensen in de tropen hebben bij het drinken van rauwe melk, verdwijnen als ze zure melk drinken. Die is immers makkelijker te verteren. Ook zorgt het zuur er voor dat er geen schadelijke kleine organismen kunnen groeien in de melk en dat ze langer kan bewaard worden. De Massaï, een volk dat in Tanzania woont, bewaren de zure melk in een kalebas. Een kalebas is
een gedroogde en uitgeholde
vrucht die dienst doet als kom of fles. Je hebt ze in allerlei vormen en
maten. Voor het bewaren van de melk is het belangrijk dat de
kalebas geregeld wordt gereinigd.
De Massaï doen dit door de kom
uit te roken. Dit zorgt ervoor dat
de bewaarde melk een pittig rooksmaakje heeft.

Over buffelkaas en kamelenboter
Een andere manier om melk in een
warm klimaat langer te bewaren, is om ze in andere producten te verwerken. Denk maar aan boter en kaas. Zo wordt in Azië naast kaas van koeienmelk, ook kaas gemaakt van buffelmelk. Op verschillende plaatsen in Afrika wordt schapen- en geitenmelk tot kaas verwerkt. In heel wat landen is kaas echter eerder een luxe-product en komt het amper voor op het menu,
vooral niet op het platteland. In de
steden wordt dan weer wel vaker kaas gegeten.
Van de natuurlijk verzuurde melk wordt ook vaak boter gemaakt. Deze boter wordt dan vooral gebruikt als bakboter, eerder dan smeerboter. Een voorbeeld hiervan is ghee, een goudbruine boter
die zowel in Azië als Afrika wordt
bereid. In Noord- en West-Afrika maakt men zelfs boter van kamelenmelk!

 

Naar boven

Kan je verdwalen in de maïs?

De maïsplant

“Hier vindt Bas ons nooit”, fluistert Balthazar. “Dat kan ik best geloven”, denkt Fran terwijl ze een beetje angstig om zich heen kijkt. Samen
zijn ze het maïsveld ingelopen, toen Bas begon te tellen. Maar nu heeft Fran geen flauw idee meer in welke richting de boerderij ligt. Als ze omhoog kijkt tussen de metershoge
maïsstengels kan ze alleen de blauwe lucht ontdekken. Het lijkt wel een doolhof.

Stil zit ze naast Balthazar op de vochtige aarde. “Balthazar”, fluistert ze na een tijdje. “Heb jij enig idee hoe hoog zo’n maïsplant wordt?”
“Sommige worden tot 4 meter hoog”, antwoordt hij. Ondertussen horen ze Bas roepen: “Wie niet weg is, is gezien!” “Ik geloof nooit dat hij
ons hier vindt”, denkt Fran. Je ziet maar een paar maïsstengels ver. Ze staan ook zo dicht bij elkaar! Balthazar kon er met zijn dikke lijf
amper tussen…

Terwijl ze wachten tot Bas hen vindt, zit Fran dromerig naar de maïsplanten te staren. “Hé, ze hebben allemaal 16, 17 of 18 blaadjes”, merkt
ze ineens op. “Wat zeg je?” vraagt Balthazar, die ondertussen ook maar wat zit te suffen. “Wel, alle maïsplanten hebben ongeveer
evenveel blaadjes! En kijk eens naar die stengels: ze lijken uit kleine deeltjes te bestaan!” Balthazar
is ineens klaar wakker. Als hij het maar mocht uitleggen…

“Goed gezien, Fran”, steekt hij van wal, “maar er is nog meer te zien. Zie je die pluim helemaal bovenaan? Dat is de mannelijke bloem. Die verschijnt begin juli, als de maïs volgroeid is. De vrouwelijke bloem, ook al zo’n pluim, staat iets lager. Door de wind komt het stuifmeel van een andere maïsplant op de vrouwelijke bloem terecht. Zo wordt die bevrucht en
is nu uitgegroeid tot de vrucht. Vind je ze?” “Dat is niet moeilijk”, triomfeert Fran, “hier onder het
6de blad: een kleine maïskolf!” “Ja, die is nog niet volgroeid.
Kan ook niet, want maïs bloeit pas
half juli en dan duurt het nog een 14-tal dagen vooraleer de kolf verschijnt.” “Hé, er staat maar
één maïskolf per stengel”, merkt Fran ineens op. “Is dat normaal?” “Ja, alhoewel, soms verschijnt
er een tweede. Zoals hier.”

Als Balthazar op zijn praatstoel zit, is er geen houden meer aan. Als een volleerd docent ratelt hij maar door: “Maïs is één van de meest geteelde planten op aarde. Een zestal weken
voor het zaaien van de maïs, wordt de akker bemest en geploegd. Vanaf 20 april tot de eerste week van mei kan maïs gezaaid worden. Het juiste tijdstip is afhankelijk van de bodemtemperatuur. De zaadjes worden op precies 12,7 cm van elkaar in de grond gestopt. Tussen de rijen is er een afstand van 75 cm. De plant levert niet alleen voedsel voor dieren, je treft ze ook op jouw bord aan. Er bestaan zelfs variëteiten die als sierplant gekweekt worden.

Wat je helemaal
niet zou zeggen is dat ze tot de familie van de grasachtigen behoort!” Nu moet Fran even lachen. In gedachten ziet ze vader al met de grasmaaier door de maïs rijden. Maar Balthazar wijst haar terecht: “Niet tot de familie van de
grassen maar van de grasachtigen.” Fran haalt even haar schouders op. Veel verschil zal het wel niet maken.

Balthazar is nog niet aan het einde van zijn Latijn. “Weet je dat maïs ook zeer belangrijk is voor dieren? Ze vinden er voedsel en kunnen zich
er prima in verstoppen. Vandaar dat je papa elk jaar een hoekje maïs laat staan om in te jagen!”
Verstoppertje…

Bas heeft het zoeken waarschijnlijk al lang opgegeven! “Kom, Balthazar,
we gaan ook maar naar huis.” Ze springen recht en draaien elk een andere kant op, staan even stil en kijken elkaar verbaasd aan…
Weet je dat maïs ook zeer belangrijk is voor dieren? Ze vinden er voedsel en kunnen zich er prima in verstoppen.

Naar boven

Hoe werkt een hakselaar?

De maïsoogst Elk jaar opnieuw, ergens in september, kom ik onder de indruk van hun plotse verschijning.
Gedurende ongeveer een maand duiken ze overal op, zie en hoor je ze dag en nacht. En even plots als ze gekomen zijn, verdwijnen ze weer…
om 11 maanden later met hun imposante verschijning weer eventjes deel uit te maken van het landschap. Neen, ik heb het niet over één of
andere diersoort, maar over de maïshakselaars! Ze lijken elk jaar hoger en breder te worden. Zo breed dat een deel moet opgeklapt worden en dan nog passen ze maar net op de smalle wegen tussen de akkers. Het wordt altijd wel even drummen als een tegenligger hun pad kruist.
Toen ik een tijdje geleden gefascineerd stond te kijken naar het hakselen van de maïs nodigde de loonwerker mij uit om eens mee te
rijden. Die kans liet ik niet liggen. Het eerste wat mij opviel toen ik instapte was de airconditioning. Ondanks het warme weer was het lekker fris in de cabine. Ook wel nodig, want de hakselaar rijdt tijdens het oogstseizoen bijna dag en nacht. Een beetje comfort voor de bestuurder is dan ook geen overbodige luxe: een comfortabele zetel, verstelbaar in
alle richtingen, een stereo-installatie, een degelijke geluidsisolatie en in de nieuwste modellen zelfs een koelbox. Ook opvallend is de hoge plaatsing van de cabine en de grote ramen rondom. Daardoor heeft de chauffeur
een zeer goed zicht op de werkzaamheden. Maar de vraag die op mijn lippen brandde was: “Hoe werkt zo’n maïshakselaar?” Achteraf
bleek het geen erg ingewikkelde machine te zijn. Achteraan zit de motor. Die zorgt ervoor dat de hakselaar rijdt. Maar een aandrijfriem
zorgt ervoor dat de kracht van de motor ook wordt overgebracht naar de andere onderdelen van de machine. De maïsbek is het voorste deel van de hakselaar. Hij bestaat uit vier delen. Elk deel maait twee rijen maïs ineens. Dat gebeurt door twee
schijven die in tegenovergestelde richting draaien. De bovenste schijf vat de maïsstengels in een daartoe voorziene inkeping.
Vandaar dat maïs precies op de juiste afstand gezaaid moet worden. De onderste schijf bestaat uit mesjes die de stengels afmaaien. De maaihoogte kan ingesteld worden zodat de maïsbek en de messen de grond niet raken.
Zo is er achteraf minder onderhoud nodig. Als de maïs afgesneden is, leiden de invoerrollen hem naar het binnenste van de hakselaar.
Tijdens zijn lunchpauze nam de chauff eur de tijd om mij eens een kijkje te laten nemen in het binnenste van de machine. Voorbij de invoerrollen passeert de maïs een metaaldetector.
Van zodra die metaal ontdekt tussen
de maïs wordt er alarm geslagen. Zo voorkomt men beschadigingen binnen in de hakselaar. Wordt alles veilig bevonden dan leidt een tweede stel invoerrollen de maïs naar de
messentrommel. Niet minder dan 24 messen versnipperen de stengel en bladeren. Even verder worden de maïskorrels tussen twee getande rollen, de korrelkneuzer, geplet. Die draaien tegen 30.000 toeren per
minuut. Daardoor breekt het omhulsel en is de maïskorrel makkelijker verteerbaar voor het vee. Op het einde van de machine zit nog een ventilator. Die blaast de gekneusde maïskorrels en de gehakselde maïsplant door de lospijp naar buiten. Naast de hakselaar rijdt een tractor met kar die de gehakselde maïs
opvangt. Nieuwsgierig naar wat er dan gebeurt, besluit ik zo’n volgeladen maïswagen te volgen.
Op de boerderij kipt de chauffeur de gehakselde maïs op een betonnen ondergrond met rondom opstaande muren. Een sleufsilo heet dat, hoorde ik later. Eens alles netjes uitgespreid, begint de boer toch wel met zijn
tractor over de maïs te rijden! Dat zullen de koeien wel leuk vinden! Nieuwsgierig trek ik mijn stoute schoenen aan. Vriendelijk legt de landbouwer mij uit dat dat nodig is
om alle lucht uit de maïs te persen.
De lucht tussen de maïs is er immers voor verantwoordelijk dat hij gaat rotten of dat er zich schimmels ontwikkelen. Het is dus van levensbelang dat de maïs van de lucht afgesloten blijft. Daarom wordt hij afgedekt met plastic.
Om die op zijn plaats te houden
legt de landbouwer er autobanden
of aarde op. Aarde gebruikt men
vooral bij maïskuilen die niet op beton maar gewoon op de aarde worden aangelegd. Al na een drietal weken kan men de maïskuil openen en de kuilmaïs voederen aan de koeien. De maïs ruikt dan zuurder en is geler van kleur dan de vers ingekuilde maïs. Vroeger openen is niet aan te raden, want dan zouden de bacteriën er toch nog voor zorgen dat de maïs gaat “broeien” (=warm worden) en schimmelen. Verse maïs lijkt mij toch wel een stuk appetijtelijker dan die kuilmaïs. Alleen die geur al! Maar dat zal de koeien een zorg wezen… zij vinden het overheerlijk!
Naar boven
Maishakselaar
Naar boven

Kan je met maïs schrijven?

De verwerking van maïs. Fran zit met een gezicht als een donderwolk
onder een parasol over haar schoolboeken gebogen. “Wat scheelt er?” vraagt Balthazar verwonderd. “Die vervelende juf! Het schooljaar
is nog maar pas begonnen en daar is ze al met haar opdrachten!” Balthazar fronst de wenkbrauwen en informeert: “Waarover gaat je opdracht?” “Wel, de juf heeft gezien dat de landbouwers begonnen zijn met het hakselen van de maïs en nu moeten wij uitzoeken waarvoor maïs gebruikt wordt. Maar in mijn boeken vind ik daar niets van terug!” Balthazar glimlacht: “Je hoeft niet alle wijsheid in boeken te zoeken! Soms volstaat het om gewoon je ogen goed de kost
te geven. Doe je boeken maar dicht en je ogen wijd open!” Fran begrijpt er helemaal niets meer van. Ze grist nog snel haar kladschrift en potlood mee en stuift achter Balthazar aan, die warempel de woning binnen gaat.
Pas in de voorraadkamer stopt Balthazar. “Kijk nu eens goed rond en haal er alle producten die maïs
bevatten maar uit!” Even denkt Fran dat haar varkentje een slag van de molen heeft gekregen. Maïs in de keuken… stel je voor… Toch kijkt
ze even rond en ze vindt een blikje met maïs. Suikermaïs staat er op. Inderdaad, dat gebruikt mama soms bij slaatjes. “Niet alleen naar de afbeeldingen kijken”, gebiedt Balthazar, “ook de ingrediënten lezen!” Fran zucht. En tot haar grote verbazing ziet ze dat een zakje popcorn maïs bevat. Met grote ogen kijkt ze naar Balthazar. “Popcorn wordt gemaakt door maïskorrels
te verhitten tot ze openspringen. Dat gebeurt weliswaar niet met het soort maïs dat doorgaans in onze streken geteeld wordt. Zeg Fran, gaat er nog geen lichtje branden? Corn is Engels voor maïs…”

Het zal toch niet waar zijn… weifelend steekt ze haar hand uit naar de doos met cornflakes… En ja hoor. Ook die zijn van maïs gemaakt. Fran laat haar blikken verder door de bergplaats glijden. Ze stoppen bij een fles maïsolie. “Om maïsolie te vervaardigen worden de maïskorrels gemalen. Daarbij worden de kiemen en de vezels gescheiden. Door de kiem uit te persen krijgen we maïsolie. Wat over blijft vind ik in mijn
voederbak”, doceert Balthazar.

Als ze bijna klaar is, ontdekt Fran nog een doosje maïzena. “Dat gebruikt mama om de saus te binden”, weet ze. Balthazar knikt instemmend.
“Veel meer zul je hier niet meer
vinden. Maar ook in andere landen kennen ze maïsgerechten: tortilla’s en
maïspap zijn er maar enkele van.” Nu sleurt Balthazar Fran mee naar de boerderij. “Zoek hier nu ook maar eens maïs of maïsproducten! Dat zal niet zo eenvoudig zijn zonder verpakkingen!” Maar toch glundert
Fran. Zelfverzekerd stapt ze naar een hoop veevoeder. “Deze maïs heeft de boer vorig jaar op zijn akker gezaaid.
De rijpe maïs werd gehakseld en ingekuild als wintervoer voor de koeien!” triomfeert ze. Balthazar kijkt haar verwonderd aan. “Ja”, zegt het
meisje, “ik was net bij Mieke op de boerderij toen de maïs op de akkers gehakseld werd. In de hakselaar werden de maïsstengels versnipperd en de maïskorrels gekneusd. Anders kan de koe de korrel niet verteren.” Ons varkentje staat aan de grond genageld. Nu wordt hij eens de les gelezen. “Je hebt goed opgelet!”
prijst hij. “Vandaar dat men ook spreekt van snijmaïs.”

“Ook wij, varkens, krijgen maïs te eten. Maar wij krijgen alleen de korrel. Die wordt gemalen en verwerkt in het voer van varkens, pluimvee en runderen bestemd
voor de vleesproductie. Dat is dan de korrelmaïs.” “Nu weet ik inderdaad al
heel wat meer. De juf zal morgen
nogal moeten luisteren. Bedankt Balthazar!” Maar als ze Balthazar een klapzoen op zijn neus wil geven
duwt hij haar weg. “We zijn nog niet klaar, meisje!” bromt hij. “Ik geef toe, de meest gekende toepassingen hebben we wel gehad. Maar er is meer. Maïs wordt ook gebruikt als grondstof voor enkele soorten plastic. Die hebben het voordeel dat ze door de natuur kunnen afgebroken worden. En dat is met de gewone plastic helemaal anders. Die verteert helemaal niet! Kijk maar: “Plattelandsklassen” heeft zelfs balpennen die op deze manier gemaakt worden.” “Kan ik die balpen dan ook opeten?” wil Fran weten. “Neen, dommie! Het is immers een soort plastic.” “Tot slot kan ik je wel nog vertellen dat men ook in de geneeskunde de heilzame werking van maïs heeft ontdekt. Vooral
mensen met leverproblemen hebben er baat bij.” Fran straalt. Wat boft ze toch met zo’n slim varken als Balthazar. Ze kijkt al uit naar morgen.
Wat zullen haar klasgenootjes versteld staan. Terwijl zij alleen maar aan de maïskuil gedacht had…
Doe je boeken maar dicht en je ogen wijd open!
Naar boven

Maya’s, mensen van maïs

Hola, ik ben Pablo. Ik woon in Guatemala en ik ben een afstammeling van het grote Mayavolk. De Maya’s ontwikkelden een eigen schrift,hadden
een eigen astronomische kalender, maakten prachtige kunstwerken en monumentale bouwwerken. Hun machtige en goed georganiseerde
stadstaten telden 5.000 tot soms 50.000 inwoners. Het hoogtepunt van de Mayabeschaving liep van 250 tot 950 na Christus. Vele van de stadstaten werden na 950 verlaten door een tot nu toe ongekende en mysterieuze reden en werden
overgeleverd aan de jungle en aan verval. Naar schatting 7000 jaar geleden leverden de voorouders van de Maya’s een topprestatie op het gebied van landbouw. Door bestaande gewassen met elkaar te kruisen, slaagden ze erin een nieuw
product te ontwikkelen. Maïs werd een geschenk uit de hemel. Maïs speelt ook in ons scheppingsverhaal een erg
belangrijke rol. Je vindt het verhaal terug in de Popol Vuh, het Heilige Boek van de Maya’s. Zal ik het even vertellen? Zo gaat het:
‘De wereld had nog geen vaste vorm en alles was donker. Enkel de mooie blauwe en groene veren van de goden schitterden in het niets. Toen maakten Tepeu, de Schepper en Gucumatz, de Gevederde Geest de wereld zoals ze nu is. Alles wat maar in ze opkwam, ontstond onmiddellijk: de aarde, de bergen, de valleien,
de bomen, het water en de lucht. De hele wereld kwam voort uit hun fantasie. De twee goden besloten dat er iemand nodig was om hen te prijzen voor wat ze zonet verwezenlijkt hadden. Daarom maakten ze de dieren: gracieuze herten, vrolijke vogels, slimme panters en sissende slangen en al die
andere dieren die we nu kennen.

Tepeu en Gucumatz vroegen hun: “Kom op, zeg onze namen, prijs ons nu!”. Maar de dieren konden enkel sjilpen, blaff en, blaten of loeien.
Ze wilden hun scheppers wel prijzen, alleen…, het lukte niet. Het lawaai werd oorverdovend en Tepeu en Gucumatz gaven hun het bevel
op te houden. Als straf veroordeelden ze de dieren om voortaan te dienen als voedsel voor elkaar, voor de mensen die ze nog zouden maken en voor henzelf als off ers. Teleurgesteld maar vol goede moed besloten
Tepeu en Gucumatz betere wezens te makendie wel in staat zouden zijn hun makers te bedanken en te vereren.
Zo maakten ze de eerste mensen uit aarde. Maar al bij hun eerste stappen zakten hun hoofden opzij en vielen ze in kleine stukjes slijk uit elkaar. De Schepper en de gevederde Geest besloten
om een steviger mens te maken. Deze keer zouden ze hout gebruiken. En ja hoor, deze mensen waren veel sterker. Ze konden spreken, ze liepen en ze vermenigvuldigden zich.
Maar Tepeu en Gucumatz hadden iets vergeten. Deze mensen hadden geen hersenen meegekregen en hun ziel was leeg. Natuurlijk herinnerden deze wezens zich niet meer wie
hen gemaakt had en van het aanbidden van de goden kwam niets terecht. Tepeu en Gucumatz waren furieus en met een grote zondvloed vernietigden ze deze mensensoort.
Zij die konden ontkomen, vluchtten
het bos in. Ze werden veranderd in apen zodat ze tot voorbeeld konden dienen voor de volgende mensensoort. De Schepper en de Gevederde Geest dachten lang na. De zondvloed stopte en het werd
weer licht. De tijd om een verlichte mens, een beschaafde dienaar op deze aarde te maken was aangekomen. De coyote, de poema, de kleine papegaai en de kraai brachten Tepeu en Gucumatz gele
en witte maïskolven van de andere kant van de aarde. Uit het deeg van de maïs maakten ze armen, benen, hoofd en romp.
Het werden goede en prachtige mannen: zij spraken, zij
hoorden en zij liepen. Hun geesten waren vol gedachten en gevoelens. Zij zagen ook. Zij zagen zo scherp dat ze het gewelf van de hemel en de hele aarde konden aanschouwen.
Zij dankten hun scheppers voor alles
wat ze mochten ontwaren en aanbaden hen. Toch maakten de Schepper en de Geverderde
Geest zich zorgen. “Wat moeten we doen?” vroeg Tepeu aan Gucumatz: “Onze mensen weten evenveel als wijzelf. Zij moeten enkel eenvoudige schepsels zijn, geen goden zoals wij.” Daarom besloten ze een waas over de ogen van de mensen te leggen, zodat ze enkel nog de dingen zagen die dichtbij waren. Ze konden niet langer door of over de dingen heen kijken. Daardoor begrepen ze veel minder van de wereld. Toch bleven de mannen liederen zingen om hun makers te aanbidden. De Schepper en de Gevederde Geest waren blij met hun mensenvolk en maakten daarom ook nog vier vrouwen om de mannen gezelschap te houden. Deze acht mensen vormden de voorouders van het mayavolk, mijn volk. Zo gaat ons scheppingsverhaal. Daarom is het
ook dat, tot op heden, rituelen en gebeden bij ons het zaaien en het oogsten van de maïs begeleiden. De ‘heilige maïs’ vormt de schakel
tussen de mens en zijn schepper. ‘Gemaakt uit maïs’ leven de maya’s van hun zelf verbouwde maïs en maken er nog altijd tortilla’s, atole of
tamales van.
Naar boven
 
Dit onderdeel volgt nog
     
Naar boven